Mini’s kun je in zoveel varianten bakken als brood. Deze Roadster bedient zich van het bekende recept, maar de kruiding is net een tikkeltje anders.
Dit is dus een Mini Coupé die op een hakblok is terechtgekomen?
Voor de publieke opinie wel. En met het dak is ook een stuk van het discutabele uiterlijk verdwenen. Vind je bij de Coupé aardig wat tegenhangers van het design, dan blijkt de Roadster onder een gunstiger gesternte geboren. Nu, technisch vertrekken beide afspinsels van de Mini Cabrio, dus in die zin is deze Roadster eerder een soort van Speedster-versie van de Cabrio dan een onthoofde Coupé. Kwestie van de stamboom van deze roadster in de juiste potgrond te planten.
Onthou vooral dat de Mini Roadster zich van de Cabrio onderscheidt door zijn klassieke koffer en de platter geduwde hellingsgraad van de voorruit. Dat eerste levert een met bijna 100 liter gegroeid basiskoffer op (240 liter), maar hij is enkel uitbreidbaar met een skiluik. Tegenover de Cabrio, die met een platte achterbank 660 liter haalt, heeft hij dus geen verhaal. De dynamischer look van die steile achterruit levert wel de nodige pose op. Zit er nog een waas van Vitamientje in de Cabrio, dan neemt de Roadster eerder de pose van een bulldog aan. En o ja, om te tonen dat het helemaal menens is, krijgt de Roadster ook een automatisch uitklappende spoiler mee die zich opricht vanaf 80 km/u.
Betekent dat zelf bewegende achtervleugeltje ook dat hij sneller uit zijn hok komt geschoten?
Volgens Mini verslaat hij de 0-100 km/u in 7,2 seconden, dat is dus enkele tienden sneller dan zijn cabriobroer. Het heeft allicht te maken met het gewicht dat net iets lager ligt. De rij-ervaring zelf komt in grote mate overeen met die van de Cabrio, maar dan met alle onderdelen een snaar strakker getrokken. Inderdaad, nog strakker. Of dat een zegen betekent op ons Belgisch wegennet, durven we te betwijfelen. Toch in die mate dat we vlug voorbij de sportophanging in de optielijsten zouden duimelen. Reeds aan de basis stelt deze Roadster Cooper S zich op als een vinnig en hotsend karretje. Je zou bijna vermoeden dat het om een adhd-patiënt gaat. Dat komt ervan als je runflatbanden met stijve dempers en dito ophangingsbussen in de dna-streng injecteert.
Over de structurele stijfheid hebben we dan weer weinig klachten. Er gaat al eens een sidder door het dashboard over een oneffenheid, maar al met al voelt deze Roadster rotsvast aan. En zijn bestuurder die er met de mes tussen zijn of haar tanden voor gaat, wordt beloond met een hoge pretbeleving. Het stuur reageert immers snel en informatief, terwijl de remmen makkelijk te doseren zijn en graag bijten. Alleen vormt de zichtbaarheid een obstakel voor langere bestuurders. Die kijken pal tegen de daklijn aan.
De prijzen en opties zijn verre van mini zeker?
Deze Cooper S start pas bij 28.250 euro en dan moet je nog al het lekkers aanrekenen, zoals metaalkleur, decoratieve lijsten, een sportstuurtje, een setje mooie velgen of sportstrepen. Zonder veel poespas breek je rats door de barrière van 30.000 euro. Hou er ook rekening mee dat de standaardkap manueel wordt open- en dichtgeplooid. Voor een automatisch dak moet je 810 euro opleggen.
Ten slotte nog ter vergelijking: de normale Mini Cabrio kost zo’n 1.000 euro meer. Het is dus ook München niet ontgaan dat een extra, – nota bene neerklapbare – achterbank zijn waarde heeft, zowel voor de klant als in de prijslijst. Of het ticketje aan de Roadster ook écht duur is, hangt ook van je zienswijze af. Tussen echte roadsters genre een Audi TT ben je uiteraard een pak minder kwijt, tegenover een MX-5 dan weer gevoelig meer. Rest ook nog de belangrijke bijgedachte dat de normale Mini Cabrio een van de meest waardevaste auto’s is op de tweedehandsmarkt. Kans dat die rating overslaat op een Roadster lijkt ons niet gering.
Motor: 1598 cc, L4 (twinscrollturbobenzine), 184 pk (5500 opm), 240 Nm (1600-5000 opm) Transmissie: voorwielaandrijving, manuele zesbak Prestaties: 222 km/u, 0 tot 100 km/u in 7,2 sec. Normverbruik: 6,6 l/100 km (153 g/km CO2) Prijs: 28.250 euro
TESTVERSLAG IN AUTOWERELD 308 // MAART 2012
Relateerde berichten:









Na met twee mini’s jaren met zéér véél fun te hebben rondgereden hoop ik ooit nog een derde te mogen rijden. Het mag gezegd zijn, Mini is en blijft een leuke maar dure kart om mee rond te “hotsen”, maar net zoals alle andere modellen zal ook deze knappe Mini Roadster zijn weg vinden naar kopers (liefhebbers van cabrio-rijden) of Minifans die toch net iets “anders” willen dan anderen en daar blijkbaar voor willen betalen ook want dat vind ik toch het grootste minpunt aan een Mini…zijn prijskaartje als je de optielijst wil induiken. Ga toch effe wachten op de Mini Paceman (2013) maar voor een testrit ben ik zeker wel te vinden!!
Goe bezig AutoWereld…Let them roll!!
Ja dit is al een heel pak geld voor zo een wagen. Mocht de kwaliteit ervan dan ook naar venant zijn dan zou ik het nog overwegen. Dit is jammer genoeg niet het geval