Zich aanmelden

Met Facebook aanmelden

of

Uw informatie is niet correct.

Ik meld me aan Wachtwoord vergeten?
Er is geen Facebook-account verbonden aan de website, schrijf u in.

Wachtwoord vergeten?

×
Mijn wachtwoord opnieuw instellen
Je ontvangt een e-mail voor het instellen van een nieuw wachtwoord.
Geen account gekoppeld aan dit e-mailadres

Nog geen account?
SCHRIJF JE GRATIS IN.

Inschrijven nieuwsbrief
Menu

En/Of

En/Of

Nostalgie / 30 jaar na de val van de Muur: met de Trabant door Berlijn

Op 9 november 1989 viel de Berlijnse Muur, het moment waarop de wereld kennismaakte met de Trabi. In 2009 trok AutoWereld naar de heimat van de Oost-Duitse Volkswagen voor een reportage met de Trabant 601. Lees het hele verhaal.

Trabant 601 - AutoWereld / Frieda Vanhauwaert

Het moeten vreemde dagen geweest zijn, na die historische 9 november 1989. Nadat Duitsland en Berlijn zo’n veertig jaar ruwweg uit elkaar getrokken waren in een westelijk en oostelijk gedeelte, kwamen die twee totaal van elkaar vervreemde werelden plots weer samen. Op de Berlijnse lanen reden West-Duitse industriëlen in hun Mercessen S-Klasse plots zij aan zij met hun kersverse landgenoten in lawaaierige en rokende Trabantjes en Wartburgs, met gemengde gevoelens van medelijden en sympathie.

Vandaag ervaren wij vooral dat tweede. Twintig jaar later is de Trabant waarmee wij vandaag door de Duitse hoofdstad snorren een stuk antiek geworden. Naast een in normale omstandigheden doordeweekse Golf oogt, geurt en klinkt ons transport als een 45-toerenplaat tegenover een iPod. Anno 2009 hebben milieurichtlijnen de Trabants als dagelijks vervoer uit Berlijn geweerd, enkel voor toeristische doeleinden kan je nog met zo’n stinkend en vervuilend tweetaktertje de bebouwde kom in.

"Als een 45-toerenplaat tegenover een iPod"

De tijden zijn veranderd, en ons worden geen meewarige blikken toegeworpen. Integendeel, zelden stonden we zodanig in the picture als vandaag in het toeristisch epicentrum van Berlijn. De Trabant is voor de met fototoestel gewapende wereldreiziger minstens even interessant als historische plekken als de oude grensovergang Checkpoint Charlie of de iconische Brandenburger Tor. Op elke plek waar we komen zwenken de fotolenzen onze kant op, een halve dag is voldoende om onszelf vereeuwigd te zien in de fotoalbums van honderden toeristen van over heel de wereld. We hebben al heel wat exclusief materiaal onder onze kont gehad, maar nooit scoorden we zoveel aandacht én sympathie tegelijk.

Recyclage

Wanneer we onze 601 uit 1989 in gang trappen is er van glamour nochtans weinig sprake. De tweetakter rochelt als een gepensioneerde mijnwerker, we worden omhuld door die karakteristieke blauwe rookpluim en de rudimentaire bedieningen zijn zelfs voor een auto van twintig jaar geleden achterhaald. De pedalen staan onhandig naar het midden toe, de versnellingshendel aan het stuur vergt opperste concentratie en het advies om de remmen niet te overschatten is essentieel. Nu, de Trabant 601 is dan ook niet echt een auto uit 1989. Het ontwerp dateert al van 1964, en zelfs toen ging het om niet meer dan een doorontwikkeling van de P50 van nog eens zeven jaar eerder.

"De tweetakter rochelt als een gepensioneerde mijnwerker"

Toen de Duitse Democratische Republiek eind jaren ’40 onder de doopvont gehouden werd, verenigde de staat de op Oost-Duits grondgebied gelegen autofabrieken in het Industrieverband Fahrzeugbau (IFA). Eén daarvan was VEB Sachsenring Automobielwerke in de vroegere Audi- en Horchfabriek uit Zwickau, dat in 1957 begon met de productie van die P50, die aanvankelijk eigenlijk als driewieler geconcipieerd was. Al bij al was de Trabant in zijn dagen trouwens een erg modern ontwerp, met dwarsgeplaatste motor, voorwielaandrijving en een zelfdragend koetswerk van composietmateriaal.

We hebben het dan niet over koolstofvezel of een geavanceerde samenstelling van lichtmetalen, maar over duroplast, een soort kunststof versterkt met hars en afvalstoffen uit de katoen- en wolproductie. Een goedkope oplossing waarmee de DDR dure staalimport kon vermijden, en bovendien niet eens zo’n minderwaardige. Duroplast is immers licht en sterk, roest niet, heeft geluiddempende capaciteiten, en is bovendien eenvoudig en goedkoop in een vorm te gieten, wat het uiterst geschikt maakt om auto’s mee te maken. Als afvalproduct op zichzelf is het echter lastig te recycleren, al schijnt het wel eetbaar te zijn voor dieren.

Volkswagen

Waar de Trabi echter wel van bij het begin achterhaald was, was onder de motorkap. In een tijd dat de auto-industrie viertaktmotoren bezigde, koos de centraal gestuurde DDR-economie voor goedkopere maar veel vervuilendere tweetakters. Het tweecilindertje bleef al die jaren bovendien grotendeels ongewijzigd, al verscheen er wel een Hycomat-halfautomaat in de optielijst en evolueerde de longinhoud van 0,5 naar 0,6 liter en het vermogen van 18 naar 26 pk. Een belachelijk cijfer, natuurlijk, maar vergeet niet dat de Trabant slechts 600 kilogram weegt. Tot 60 km/u accelereert het ding zelfs best vlot, maar om een spurtje van 0 tot 100 km/u op te tekenen heb je een agenda nodig.

"De productie stopte in 1991, na 34 jaar productie en 3 miljoen exemplaren"

De grote revolutie volgde pas in 1989, toen een handelsakkoord tussen de twee Duitslanden er onder meer toe leidde dat Sachsenring de 1,1 liter-viercilinder van 40 pk uit de VW Polo mocht gebruiken in de Trabant. De 1.1, die vooraan ook MacPhersons had in de plaats van bladveren, werd de topversie van het gamma, naast de 601. Maar ondanks alles was het autootje al zodanig achterhaald dat, toen in 1990 de vrije markt zijn intrede deed achter het voormalige IJzeren Gordijn, de vraag even snel in elkaar klapte als de Berlijnse Muur zelf. Op 30 april 1991 stopte de band bij VEB Sachsenring, na 34 jaar productie en een dikke 3 miljoen exemplaren.

Erfgoed

Nu, die Muur is trouwens niet helemaal tot puin herleid. De eerste plek waarnaar we koers zetten is de East Side Gallery aan de Mühlenstrasse, een 1,3 kilometer lange restant waar kunstenaars van over heel de wereld hun ding komen doen. Wereldberoemd is de schildering van de Trabant die doorheen de Muur komt gereden, onder het motto "Test the rest". Vandaag zijn alle originele tekeningen gerestaureerd, de stad koestert zijn eens zo verguisde bouwwerk als erfgoed, net als zijn typische vervoermiddel.

In het algemeen lijkt de auto trouwens best welkom in het centrum. Brede lanen doorkruisen de stad, en al wisselen de stoplichten dan bliksemsnel tussen groen en rood, een rit van A naar B is in geen tijd achter de rug, ook al omdat het uitmuntende openbaar vervoer veel mensen vanachter het stuur lokt.

"Na 10 seconden jaagt de Polizei ons terug het verkeer in"

Eens de foto aan de Muur ingeblikt staan we dan ook in een oogwenk voor de Brandenburger Tor. Hét symbool van de Duitse eenwording is omgeven door toeristen, maar wanneer wij halt houden tussen de groepen Japanners en Amerikanen is geen hond nog geïnteresseerd in de stenen pracht. Onze fotografe krijgt zelfs de kans niet de Trabant netjes te fotograferen, in een mum van tijd staat de hele meute naast het autootje te poseren, en nog geen tien seconden later jaagt de Polizei ons met ons rijdend relict terug het verkeer in.

Beleggingstip

Een rijdend relict was de Trabi in 1989 al, want op de VW-motor na is hij in zijn 33-jarige leven nooit fundamenteel geëvolueerd. Niet dat er geen wil was. In de jaren ’60 en ’70 ontwikkelden de ingenieurs van Sachsenring verschillende prototypes, onder andere met een wankelmotor. Maar aangezien het communistisch regime toch geen westerse auto’s importeerde was het belang van competitiviteit en innovatie onbestaande, en uit budgettaire overwegingen werden te radicale vernieuwingen consequent tegengehouden, terwijl bijvoorbeeld de kameraden van Skoda wél hun modellen lieten evolueren, met betere exportcijfers als gevolg.

"Het belang van competiviteit en innovatie was onbestaande"

De beoogde modelcyclus van het oorspronkelijke ontwerp was tien jaar, het werd dus net iets meer. Wel waren er ze zo gedienstig enkele modelvarianten op de markt te gooien. Zo was er vanaf 1965 de Universal, een driedeursbreak, en een jaar later kwam de Kübel, een legerversie met stoffen dak waarmee de Volkspolizei de grenzen bewaakte. In 1978 kwam er ook een Citroën Méhari-achtige burgerversie, de Tramp, die onder andere naar Griekenland werd uitgevoerd.

Het gebrek aan evolutie had ook zo zijn voordelen. Zo was het perfect mogelijk onderdelen van een Trabant uit de jaren ’60 te gebruiken als wisselstukken voor een exemplaar uit de jaren ’80. En gezien de legendarisch lange levertermijn van de auto was het maar goed ook dat je min of meer dezelfde auto kreeg die je gemiddeld 11 à 15 jaar eerder besteld had. Als je in het gepriviligieerde Berlijn woonde tenminste, want daarbuiten liep de wachttijd op tot 18 lange jaren. Oorzaken waren de prioritaire export en de inefficiënte productiemethodes.

Tik op YouTube trouwens maar eens de zoekterm "Trabant quality control" in. Lachen geblazen met de aandoenlijk primitieve assemblagtechnieken in Zwickau.

Veel mensen bestelden dan ook een auto voor hun kinderen bij de geboorte, zodat die netjes klaar was eer die de volwassen leeftijd bereikt hadden. Een leuk neveneffect van die ellendige productieachterstand was wel dat de Trabant het goed deed als investering. Betere vind je zelfs nauwelijks in de autogeschiedenis, want als tweedehands waren ze meteen anderhalve keer zoveel waard als de nieuwprijs van op het einde 12.900 DDR-Mark, simpelweg omdat er dan geen wachttijd meer was. En nee, dat is geen grap.

Schudden voor gebruik

Nu, wanneer we even aan de kant gaan staan en de motorkap omhoog klappen maken we ons ook de bedenking dat de kinderlijke eenvoud van de Trabi evenzeer een troef was. De motor is luchtgekoeld, dus naar een radiator of waterpomp is het vruchteloos zoeken. De tweetakter behoeft bovendien geen kleppen of distributieriem, allemaal componenten die vroeg of laat toch maar beginnen te haperen. En gezien die levertermijnen was een perte-totale meer dan een nachtmerrie, dus hoe eenvoudiger reparaties konden gebeuren, hoe beter.

Bovenop de motor ligt ook de brandstoftank met rechtstreekse tankdop. Nog zo’n voorbeeld van die simpliciteit, want in de plaats van een benzinemetertje in het dashboard lees je gewoon de autonomie af met het bijgeleverde peilstokje. Helemaal hilarisch werd het toen na 1989 de eerste Trabants aan westerse tankstations verschenen. Als tweetakters moesten ze immers 2% smeerolie bij hun benzine gieten, waarna het boeltje gemixt werd door de auto als een cocktailshaker heen en weer te schudden. We hebben het met onze eigen ogen zien gebeuren.

"Geen benzinemeter, maar een peilstokje"

Nu, al bij al is de Trabant nog best leefbaar. In de Berlijnse straten kan het lichtgewicht zelfs best volgen, zolang de snelheden stedelijk blijven. Natuurlijk is het stuur onbekrachtigd, past het remvermogen eerder voor een rolstoel en is de primitieve ophanging niet geschikt om ook maar enigszins sportief mee de bocht in te duiken. In combinatie met de weinig baanvaste Pneumant-banden leidt het zelfs meermaals tot gevaarlijke schuivers.

Het primitiefst van al is het interieur. Voor je neus vind je slechts een snelheidsmeter en kilometerteller, voor het toerental moet je op het gehoor afgaan, al hoef je daar niet bepaald de oren voor te spitsen. Naar een radio of andere decadente verwennerijen kan je echter fluiten, en ook de stoeltjes met bikkelharde hoofdsteunen zijn niet bepaald een streling voor lijf en leden. Maar wat je wel hebt is bergruimte. Op de brede plank onder het stuur kan je zelfs meer prullaria kwijt dan in de cockpit van de Land Rover Discovery waarmee we van en naar Berlijn zijn gereden. Maar dat dankt de Trabant eerder aan zijn eenvoud dan aan een uitgekiend ontwerp.

Rijdend symbool

We rijden voor de aardigheid eens door Checkpoint Charlie, de oude grensovergang middenin de stad waar tijdens de Cubaanse crisis van 1962 Russische en Amerikaanse tanks elkaar onder schot hielden. Tot 1989 hadden Oost-Duitsers in principe geen toelating om de andere kant op te zoeken, maar nog voor die beslissende negende november doken via Hongaarse en Tsjechische vluchtroutes al wel de eerste Trabants op in het Westen.

Niet dat we hier nog nooit van die rijdende hoestbuien gehoord hadden. In een overmoedige poging om buitenlandse valuta binnen te halen ging de DDR zijn auto’s immers exporteren, tussen 1958 en 1974 jaarlijks ook een honderdtal op de Belgische markt. Maar behalve een schare fanatieke verzamelaars rijdt hier momenteel niemand meer in zo’n rijdende rookmachine.

Anno 2009 symboliseert het autootje vooral de faliekante afloop van de DDR, en bij uitbreiding van alle communistische regimes onder het Warschaupact. Over de compleet vierkant draaiende Oost-Duitse economie, de wanpraktijken van de Stasi of de ondemocratische levensomstandigheden achter de Muur zijn inmiddels heelder bibliotheken volgeschreven, en de gebeurtenissen van 1989 zijn niet langer recente actualiteit maar voltooid verleden tijd.

"De Trabi symboliseert de faliekante afloop van de DDR"

Dat merk je ook aan Checkpoint Charlie. Eigenlijk was deze grenspost in de jaren ’70 en ’80 geëvolueerd tot een transitcentrum dat meer weg had van een gigantisch tankstation dan van de eertijdse barak met bareel die ter wille van het toerisme opnieuw neergepoot is op de Friedrichstrasse. En in een bescheiden poging twintig jaar na datum de geschiedenis te herbeleven en zelf in een Trabant van Oost naar West te rijden voelen we ons eerder een attractie in een pretpark dan een volwaardig onderdeel van het straatbeeld. Armoe en schaarste is net nog geen kitsch geworden.

In zijn rol van sympathieke underdog heeft de Trabant toch een plek in de geschiedenisboeken kunnen opeisen. Maar na 1991 was het liedje nog niet uitgezongen. Toen U2 begin jaren ’90 in Berlijn neerstreek om hun meesterwerk "Achtung Baby" op te nemen, kochten ze terstond 11 Trabi’s, staken andere koplampen en hingen de auto’s als lichtbak boven het podium tijdens de daaropvolgende tournee.

Wanneer Mercedes in 1997 zijn kersverse A-Klasse, weliswaar door sabotage, zag falen in een elandtest, haalden de Duitse media een Trabant van stal om hem vervolgens succesvol door de uitwijkproef te loodsen. Smakelijk hoongelach gegarandeerd. En met glansrollen in films als "Goodbye, Lenin!" of het commercialiseren van ontelbare Trabi-prullaria schiet de knuffelfactor van het ooit zo verguisde mankepootje de jongste jaren weer de hoogte in. De Duitsers hebben er een woord voor: "Ostalgie".

Bron: deze reportage verscheen in AutoWereld #253 (november 2009) / Foto: Frieda Vanhauwaert / Lees ook: 30 jaar na de val van de Muur: de auto's van de DDR (AutoWereld #307 (november 2019))

 

Geschreven door op

Onze vergelijker laat je toe om tot 3 auto's tegelijkertijd te vergelijken en 9 vergelijkingen in je mandje te bewaren.

Uw winkelmand van te vergelijken voertuigen0

Bent u zeker dat u uw selectie van voertuigen wilt verwijderen ?

Bevestigen Annuleren

Sleep en verplaats een voertuig vanuit uw winkelmand naar één van de 3 posities hierboven om de vergelijking te maken