Zich aanmelden

Met Facebook aanmelden

of

Uw informatie is niet correct.

Ik meld me aan Wachtwoord vergeten?
Er is geen Facebook-account verbonden aan de website, schrijf u in.

Wachtwoord vergeten?

×
Mijn wachtwoord opnieuw instellen
Je ontvangt een e-mail voor het instellen van een nieuw wachtwoord.
Geen account gekoppeld aan dit e-mailadres

Nog geen account?
SCHRIJF JE GRATIS IN.

Inschrijven nieuwsbrief
Menu

En/Of

En/Of

Onze vergelijker laat je toe om tot 3 auto's tegelijkertijd te vergelijken en 9 vergelijkingen in je mandje te bewaren.

Uw winkelmand van te vergelijken voertuigen0

Bent u zeker dat u uw selectie van voertuigen wilt verwijderen ?

Bevestigen Annuleren

Sleep en verplaats een voertuig vanuit uw winkelmand naar één van de 3 posities hierboven om de vergelijking te maken

Korte tests / Onze Tour de France (5): achter het stuur van de Renault 5 Turbo

Een lijstje van pakweg de tien leukste Franse auto’s ooit? Dan mag de Renault 5 Turbo eigenlijk niet ontbreken. AutoWereld mocht er het circuit mee op.

Prijs
NB
  • Score redactie NB

Overzicht :

Renault viert deze zomer dat het 40 jaar geleden zijn eerste Formule 1-overwinning met turbomotor boekte. Wij vierden mee en maakten ook kennis met een reeks leuke productiemodelletjes met drukvoeding uit die pioniersdagen. We reden al met de 5 Alpine Turbo, de Fuego Turbo, de 11 Turbo en de indrukwekkende Safrane Biturbo, nu is het tijd voor wat zo’n beetje hét orgelpunt van die gekke jaren was: de 5 Turbo van begin jaren 80.

Franse bom

Je moest er maar opkomen. En vooral, je moest het maar durven. Net toen Renault en met hen zowat de hele autowereld zich begon af te vragen hoe ze ooit stadswagens (genre 4 CV, Fiat 500 en 600…) met de motor achterin en dus ook achterwielaandrijving hadden kunnen maken, liet de Franse constructeur zich weer “vangen”. De (doorgaans) eerder brave en qua concept tegelijk wel moderne R5 mocht zijn koetswerk lenen voor niet veel minder dan een Franse bom.

In de 5 Turbo verhuisde de motor immers toch weer naar achter. Veel gekker nog, hij kwam terecht waar normaal de achterbank zit! Centraal achterin, zoals dat heet. Het koetswerk werd ook een pak imposanter, met enorme wielkastverbreders, grote koelopeningen en dito spoilers en evengoed bangelijk stoere velgen.

Internationale rally’s

Renault zou ook even een 2 liter (van de R20) en zelfs een V6 hebben overwogen, maar het hart van de auto werd uiteindelijk een 1,4 liter met turbo. Afgeleid van die in de 5 Alpine en dankzij een Garrett T3-turbo (met een druk van 0,860 bar) goed voor 160 pk bij 6.400 opm. Toch in de straatversie, maar de auto was in de eerste plaats voor de competitie bedoeld.

Renault wou terug scoren in de internationale rally’s, in 1981 won Jean Ragnotti er al de Monte Carlo mee. Mocht Audi toen niet met zijn vierwielaangedreven Quattro zijn komen aanzetten, het palmares van de Franse auto was wellicht nog een pak indrukwekkender geworden. Maar Renault had geen echte WK-ambities, het organiseerde als proloog van de Europese Formule 1-races wel een heel populaire Turbo Elf Cup. Voor de rallysport was er vanaf 1983 een Groep B-variant met de “bijnaam” Tour de Corse en een vermogen van 285 pk, in de Maxi 5 Turbo van 1985 werd dat zelfs tot 350 pk opgevoerd.

Spider-Man

Maar terug naar het autootje waarmee je dus ook de snelweg op mocht en de stad in kon. Er staan er twee ter onze beschikking op het circuit van Ferté-Gaucher, een 80-tal kilometer ten oosten van Parijs. De rode (of is het oranje?) met een deels uit aluminium vervaardigd koetswerk is er eentje van de eerste generatie, met velgen en zelfs zetels in dezelfde felle kleur als het met een grote Turbo-sticker versierde koetswerk. En met felblauwe tapijten, Spider-Man zou dit echt geweldig vinden!

Het is een van de exemplaren die voor de homologatie voor de rallysport was voorzien, het oorspronkelijke idee was er daar maar 400 van te bouwen. Maar toen de wagen in januari 1980 op het autosalon van Brussel werd gepresenteerd, stroomden de bestellingen meteen binnen.

Turbo 1 en Turbo 2

Vandaar, na 888 stuks van die Turbo 1, ook nog eens een dikke 4.000 exemplaren van de in 1983 gelanceerde Turbo 2. Die had terug een volledig stalen koetswerk en was ook niet meer voorzien van enkele specifieke verstevigingen die de 1 wel had, maar hij zag er verder wel zowat even stoer uit en had ook nog dezelfde 1.4 van 160 pk.

Er zijn vandaag natuurlijk al “dieseltjes” met meer vermogen, maar die wegen dan wel een pak meer dan deze Renault van slechts 970 kilo. En zoals ook voormalig Formule 1-held René Arnoux ons tijdens een leuke babbel in Ferté-Gaucher nog eens wist te vertellen: “kilo’s zijn toch de grootste vijanden van prestaties”.

Het turbogat

De 5 Turbo 2 die voor ons klaar staat, heeft een wat discretere donkerrode lak en grijze bumpers. En ook zijn interieur is (helaas?) iets minder psychedelisch dan dat van de Turbo 2. Omdat de mechaniek identiek dezelfde is, voel je als relatieve leek natuurlijk nauwelijks een verschil op het korte circuit waar we de twee auto’s mogen testen. Je mag hen sowieso niet beoordelen zoals je dat met een hedendaagse hot hatch van om en bij de 300 pk zou doen, maar plezier beleef je best wel nog aan deze 5 Turbo. En zeker niet alleen omdat hij zo’n fraai stukje autogeschiedenis heeft geschreven.

En dat turbogat, hoe zat dat nu eigenlijk? Wel, dat is er zeker. Onder de 4.000 toeren gebeurt er echt niet veel, daarboven wordt het een ander verhaal. Het vraagt om een andere rijstijl dan we anno 2019 gewoon zijn, ook al omwille van de heel klassieke manuele vijfbak, de wat trage maar toch wel efficiënte (niet bekrachtigde) besturing en de oude Michelins “van toen” die natuurlijk minder grip bieden dan een moderne bandenset. Het gedrag doet een beetje denken aan vroegere Porsche 911-generaties, mits enige ervaring (en dus oefening) kan je de achterkant gecontroleerd laten uitbreken en de auto, met de juiste dosis gas op het juiste moment, lichtjes driftend door de bocht sturen. Ook nog leuk, de klank van de motor laat je de hele tijd vermoeden dan er veel groter gerief dan die kleine 1,4 liter achter je rug steekt.

In de Maxi 5 Turbo

Onze testrit is (helaas) veel te kort om de 5 Turbo echt te leren kennen, maar toch voldoende om te beseffen dat dit autootje is gemaakt door heel gepassioneerde mensen die ook wel wisten waar ze mee bezig waren. En die daarmee zelfs de basis legden voor alle geweldige producten die Renault Sport tot de dag van vandaag blijft afleveren.

Om we braaf geweest zijn, worden we door Renault ook nog getrakteerd op wat circuitrondjes als passagier in de Renault Maxi 5 Turbo waarmee rijkunstenaar Jean Ragnotti in de jaren 80 grote rallysuccesen behaalde. De Fransman is zelf ook aanwezig op het verjaardagsfeestje, maar een moeilijke rug laat hem niet meer toe nog in de cockpit van de auto te kruipen.

Vlammen spuwen

Het is Alain Serpaggi, die in dezelfde periode en evengoed met succes met de Maxi aan de slag was, die ons de nodige sensaties mag bezorgen. Achterin de van geweldige spoilers en op de snoet van liefst zes extra lichten voorziene auto steekt nog altijd dezelfde 1.4, maar zijn vermogen is dus opgevoerd tot 350 pk. Hij is ook nog een pak lichter dat het straatmodel, sensaties verzekerd.

Vastgegespt in de kuipstoelen genieten we van de geweldige acceleraties, de glijpartij in zowat elke bocht, de stevig bijtende remmen, de rauwe klank van de (vlammen spuwende!) turbomotor en de benzinegeur. Nu ja, misschien net iets minder van dat laatste. Onwaarschijnlijk eigenlijk, hoe de rallyhelden van weleer hiermee drie dagen en zelfs nachten na elkaar over de smalle en bochtige pistes van de rally van Monte Carlo en Corsica raasden. En nog wonnen ook.

(foto's: Renault & Angelika Emmerling)

Geschreven door op