Zich aanmelden

Met Facebook aanmelden

of

Uw informatie is niet correct.

Ik meld me aan Wachtwoord vergeten?
Er is geen Facebook-account verbonden aan de website, schrijf u in.

Wachtwoord vergeten?

×
Mijn wachtwoord opnieuw instellen
Je ontvangt een e-mail voor het instellen van een nieuw wachtwoord.
Geen account gekoppeld aan dit e-mailadres

Nog geen account?
SCHRIJF JE GRATIS IN.

Inschrijven nieuwsbrief
Menu

En/Of

En/Of

Autosalon Brussel 2019 - alle nieuwigheden

Onze vergelijker laat je toe om tot 3 auto's tegelijkertijd te vergelijken en 9 vergelijkingen in je mandje te bewaren.

Uw winkelmand van te vergelijken voertuigen0

Bent u zeker dat u uw selectie van voertuigen wilt verwijderen ?

Bevestigen Annuleren

Sleep en verplaats een voertuig vanuit uw winkelmand naar één van de 3 posities hierboven om de vergelijking te maken

Eerste test / Mini Cooper S Cabrio (2016)

Nog geen lente in België, wel al(tijd) zomer in Californië. En kijk, daar mochten we toevallig ook de nieuwe Mini Cabrio proberen.

Prijs
NB
  • Score redactie NB

Overzicht :

Wat is dit?

De open variant van de jongste Mini-generatie, de derde al sinds BMW het Britse kleintje nieuw leven inblies. En ook nog altijd de enige kleine cabrio in het premiumsegment, zeggen de Duitsers.

Wat is er nieuw? 

De huidige Mini dateert alweer van begin 2014, het heeft dus best wel een tijdje geduurd voor er zo’n nieuwe cabrio volgde. Maar het merk vernieuwt zijn gamma altijd in etappes, en nu is dus die open variant aan de beurt. Net als de gesloten versie is die langer en ook wat ruimer dan de vorige generatie, echt mini is de auto zeker niet meer. 

De Cabrio heeft nog altijd een stoffen kap, het openen of sluiten gaat nu wel volledig elektrisch en vraagt welgeteld 18 seconden. Een operatie die ook al rijdend nog kan, toch tot een snelheid van 30 km/u. Maar je kan er ook voor kiezen de kap slechts gedeeltelijk open te schuiven, dan wordt de auto een beetje een targa. 

Er is nu een enkel in geval van nood – lees: een stevige crash en mogelijke koprol – automatisch uitklappende Roll-over-bescherming, die vervangt de wat elegantie missende ‘vaste’ beugels die je bij het vorige model achter de hoofdsteunen zag zitten. 

Ook nieuw, maar dan wel puur voor de fun: je kan de kap ook krijgen met het motief (in zwart-wit) van de Britse Union Jack. Kwestie dat we niet zouden vergeten waar de roots van de auto liggen, allicht. 

Wat zit er onder de motorkap? 

De enige op de Amerikaanse presentatie beschikbare variant is ‘toevallig’ ook zowat de leukste. Juist ja, de Cooper S met de 2 liter-turbomotor op benzine van 192 pk. Die klinkt sportief en presteert sterk, in de Sport-stand wordt er bij het terug schakelen zelfs tussengas gegeven. 

Er komen natuurlijk nog meer motoren naar België, de Cabrio is er ook als brave One met slechts 102 pk en als Cooper (zonder S) met 136 pk. Beide met slechts drie cilinders. Diesel kan ook, als Cooper D (116 pk) en als Cooper SD (170 pk). Maar die versies waren er in Los Angeles dus nog niet bij. Dé echte topper van het gamma, de John Cooper Works met 231 paarden, trouwens ook niet. 

Standaard hangen al die motoren aan een manuele zesbak, een Steptronic-automaat met evenveel verhoudingen kan als optie voor alle versies behalve de One.

Hoe aangenaam is het toeven binnenin? 

Het welbekende Mini-dashboard werd natuurlijk integraal overgenomen uit de ‘gewone’ Mini, met desgewenst en tegen vaak nogal stevige supplementen ook veel toeters en bellen. De nieuwste generatie is dus een kleine 10 centimeter langer en ook 4,4 centimeter breder dan de vorige. De wielbasis nam met 2,8 centimer toe en ook de sporen voor en achter zijn wat breder, dat zorgt vooral voor wat extra zitruimte achterin.

Maar hoe uitnodigend de achterbank op het eerste gezicht ook mag lijken, mirakels moet je daar natuurlijk niet verwachten. Er kunnen daar wel twee passagiers zitten, maar groot mogen die echt niet zijn. 

De laadruimte groeide met 25%, ze bedraagt nu 215 liter. Of 160 liter als je met geopende kap rijdt, je kan er dus amper een kabouterfamilie mee helpen verhuizen. Alhoewel, de Easy Load-functie laat wel toe de laadopening door het ‘opschuiven’ van de stoffen kap even wat groter te maken en dan toch nog vrij grote koffers in de auto te proppen. De achterbank gaat ook plat, in twee aparte delen. 

Hoe rijdt de Mini Cooper S Cabrio? 

Op een met zon overgoten bergweg (en met een temperatuur van zo’n 30 graden) in Californië? Ja, wat een vraag. Gelukkig staan we er bij AutoWereld voor bekend ons nooit door externe factoren te laten beïnvloeden. Al blijft het vellen van een oordeel na een test op Amerikaanse bodem altijd delicaat, echt de sporen kun (of durf) je er zo’n auto immers niet geven. 

De troeven van de Cooper S kenden we natuurlijk al, het vervangen van het vaste stalen dak door een exemplaar uit stof verandert daar gelukkig nauwelijks wat aan. De structuur lijkt dankzij een reeks verstevigingen (met wat extra kilo’s) nog altijd rigiede genoeg voor leuk scheurwerk, hoogstens in echt extreme omstandigheden doet enig onderstuur (hij wil liever rechtdoor dan de bocht in te duiken) de ware piloot misschien wel eens van achterwielaandrijving of toch het sperdifferentieel van een John Cooper Works dromen. Maar die laatste komt er, zoals al gezegd, dus ook. 

Vraag is trouwens of die meest sportieve versie al niet wat van het goede teveel is voor zo’n open autootje. Zeker, de adaptieve dempers van het optionele sportonderstel maken dat de Cooper S met een nog wat grotere honger asfalt verslint. Maar de Mini Cabrio is in zijn standaarduitvoering eigenlijk best al ‘hard’ genoeg. En zoek je in zo’n auto niet vooral comfortabel rijplezier? Alsook een beetje “hé, zie mij rijden?” 

Wat moet dat kosten?

Bij Mini noemen ze hun autootje premium, dan kan je wel al raden dat het antwoord op deze vraag op zijn minst “redelijk veel” zal zijn. Als One moet hij 21.680 euro kosten, de goedkoopste diesel is de Cooper D vanaf 26.280 euro en de hier voorgestelde Cooper S op benzine heeft een prijskaartje van minstens 29.780 euro. Daar zijn dan wel al onder meer een automatische airco met twee zones, sportzetels, een boordcomputer en 16-duimsvelgen van het type Loop Spoke (ter info: er zijn liefst 15 verschillende velgen voorzien!) begrepen. De JCW-versie zal in België van eigenaar veranderen voor 35.780 euro. 

Wat is het AutoWereld-oordeel? 

Heel leuk rijgerief, natuurlijk. Met navenante tarieven. Mini mag dan nog altijd een beetje Brits zijn, de bazen wonen in München. En dat heeft, als je het over kwaliteit en aanverwante hebt, zeker voor deze derde Mini-generatie duidelijk ook wel zijn voordelen. Maar ook al wordt de auto met elke modelwissel een beetje volwassener, het speelse is er nog altijd niet uit. En maar goed ook, anders zou het behalve geen mini ook geen Mini meer zijn. 

Wat zijn de voornaamste concurrenten? 

De Volkswagen Beetle Cabrio misschien, die is wel nog wat groter en ook nog net iets praktischer. Hij verschaft echter niet hetzelfde rijplezier als de Mini, terwijl hij evengoed wel stevig geprijsd is. De open Fiat 500? Nee, dat is trouwens ook geen echte cabrio. Qua fun en zeker ook uitstraling is de Mazda MX-5 misschien wel zijn enige echte concurrent. Maar dat is dan weer een strikte tweezitter. 

En het cijfermateriaal? 

Motor: 1998 cc, L4 (turbobenzine), 141/192 kW/pk bij 5000-6000 opm, 280 Nm bij 1250-4600 opm Transmissie: voorwielaandrijving, manuele zesbak Afmetingen (l/b/h): 3850/1727/1415 mm Prestaties: 230 km/u, 0-100 km/u in 7,2 sec. Normverbruik (CO2-uitstoot): 6,0 l/100 km(139 g/km) Prijs: 29.780 euro

In dit artikel : MINI, MINI Mini

Geschreven door op